Voorbij de kredietcrisis

door COR DE HORDE

Groei in China kan voorkomen dat de wereld wordt meegesleept in de dreigende Amerikaanse recessie.

Hoezo kredietcrisis? De meeste ondernemers lezen alleen in de krant over de problemen. Het zou moeilijker worden om leningen te krijgen, het bedrijfsleven zou langzaam verstikken in een liquiditeitsvacuüm. Maar als ze naar de bank gaan, merken ze nauwelijks dat de risico-opslag wat is verhoogd. Via obligaties vreemd vermogen binnenhalen, is evenmin een probleem.
       Het zijn tot nu toe vooral banken en andere financiële instellingen die er iets van merken. Ze moeten de waarde van hun kredietportefeuilles opnieuw schatten. Dat kan pijn doen, omdat de handel in bepaalde kredietproducten, die zijn gerelateerd aan de Amerikaanse hypotheekmarkt, helemaal is bevroren. De grote internationale instellingen maar ook het Nederlandse NIBC hebben fors moeten afschrijven op zulke portefeuilles, en zijn soms in de rode cijfers beland. Beleggers vertrouwen die afwaarderingen niet, en vragen zich af of er over een paar maanden weer nieuwe onheilstijdingen komen. Nog erger is het gebrek aan vertrouwen dat banken in elkaar hebben: de interbancaire geldmarkt kan alleen met miljardeninjecties van centrale banken overeind worden gehouden.
       Dat wil niet zeggen dat de crisis binnen de grenzen van de financiële sector blijft. Ook niet-financiële bedrijven kunnen te maken krijgen met de afwaarderingen, bijvoorbeeld via hun pensioenfondsen of via hun kasgeldoverschot dat op de geldmarkt is uitgezet. Accountants hebben binnen hun eigen firma’s al de opdracht gekregen daar goed op te letten. Toch is het onwaarschijnlijk dat veel ondernemers daar substantiële problemen van ondervinden.
       In de VS sijpelt de crisis wel door naar de ‘echte’ wereld. Via de huizenmarkt, de bron van de crisis, komt de bouwsector in de problemen en wordt ook het consumentenvertrouwen geraakt.

OVERWAARD
In 2005 en 2006 was meer dan een op de vijf hypotheken in de VS van het type subprime, oftewel niet helemaal vrij van risico’s op wanbetaling. Mensen met een laag inkomen, een verleden als wanbetaler of een combinatie daarvan, waren in die tijd opeens van harte welkom bij geldverstrekkers. Het waren de jaren van lage rentes. Banken en beleggers waren meer dan ooit op zoek naar hogere rendementen. De renteopslag die de dubieuze kredietnemers moesten betalen, paste in dat plaatje. Financiering was geen probleem meer: door nieuwe financiële technieken konden de slechte hypotheken samen met een hoop betrouwbare leningen in één pakket worden gestopt.
       Met het oplopen van de rente vanaf eind 2006 knapte deze zeepbel. Steeds meer ‘subprime’-klanten konden de rente en aflossing niet meer betalen, als de termijn van de lage instaprente was afgelopen, en moesten hun huis verkopen.
       Dat heeft niet alleen gevolgen voor banken, maar ook voor de bouwsector in de VS. Nu er zoveel huizen te koop staan en banken terughoudender zijn met leningen, is de vraag naar nieuwe woningen sterk teruggelopen. Het aantal in aanbouw genomen woningen is nog maar de helft van wat het eind 2005 was.
       Ook de huizenprijzen zijn aan het dalen. In een land waar het gebruikelijk is om de overwaarde van woningen te gebruiken voor extra consumptie, komt dat hard aan. Met enige waardedaling houden alle analisten wel rekening, maar na de gigantische prijsstijgingen in het onroerend goed in de VS – met zo’n 50% sinds 2001 – is een grote klap niet uit te sluiten. Wie zijn huis gedwongen moet verkopen, blijft met een restschuld zitten, terwijl de overige huizenbezitters hun consumptieniveau nog verder terugschroeven. Een recessie in ’s werelds grootste economie ligt dan op de loer.

SCENARIO’S
Het pessimistische vervolgscenario gaat ongeveer als volgt: Amerikanen consumeren minder, deels doordat ze geen overwaarde meer kunnen verzilveren, en deels doordat een gedurige stroom van sombere berichten over de economie het consumentenvertrouwen aantast. Vervolgens gaat de Fed de recessie te lijf met een serie renteverlagingen, waardoor de dollar naar ongekend lage niveaus zakt. En hier breiden de gevolgen van de Amerikaanse recessie zich uit tot de eurozone. Europa kan tot nu toe een koers van meer dan $ 1,40 voor een euro goed hebben, maar wat als dat $ 1,60 of $ 1,70 wordt? Dat zou de Europese groei danig kunnen aantasten.

       Dit soort scenario’s is niet onwaarschijnlijk, maar het bijzondere is dat ook een tegengesteld scenario mogelijk is. Daarin blijven de problemen beperkt tot de Amerikaanse huizenmarkt en groeit de rest van de economie in de rest van de wereld gewoon door.
       Dat komt niet alleen doordat de kredietcrisis op een gunstig moment is gekomen. Crises zoals met Amerikaanse hypotheken kunnen zich altijd voordoen, maar nu is de wereld er minder vatbaar voor. In vrijwel alle landen kan de economie een stootje hebben en ook bedrijven zitten zo goed bij kas, dat ze de liquiditeitsproblemen in de financiële sector wel kunnen overleven.

ONSTUIMIG
Wat veel bijzonderder is, is dat de VS niet langer per se de hele wereld meetrekken in een economisch dal. Tot voor kort leidde een recessie in de VS automatisch tot een recessie in de rest van de wereld. Sinds de jaren negentig is het deel van de wereld dat meedoet aan de min of meer vrije handel, enorm toegenomen. Niet langer gaat het alleen om de VS, West-Europa, Japan en Australië. Landen als China en India en de olie-exporterende landen spelen een steeds grotere rol.
       China groeit voorlopig onstuimig door. De centrale bank van het land gaat nog steeds uit van een groei van meer dan 11% in 2007, kredietcrisis of niet. Voor de andere Aziatische groeilanden is de teneur hetzelfde.
       Uiteraard zijn deze landen vooral exporteurs, maar ook hun importen nemen toe. Niet alleen grondstoffen, maar ook machines en consumentenproducten uit andere werelddelen vinden hun weg naar Azië. Europese bedrijven kunnen zo eventuele tegenvallers in de handel met de VS compenseren met een hogere vraag elders – rijke Chinezen rijden net zo graag in een Mercedes als rijke Amerikanen. Ook Zuid-Amerika en de laatste tijd zelfs Afrika profiteren van de algemene opleving van de wereldeconomie.

HERSTEL
De kredietcrisis heeft voorlopig ook geen invloed op het overschot aan goedkoop geld in de wereld. Alleen al China heeft zoveel spaargelden – de deviezenreserve kruipt richting de $ 1,5 biljoen – dat bedrijven ook uit die bron betaalbaar krediet kunnen krijgen.
       Natuurlijk, een absolute zekerheid dat de rest van de wereld zich weet te onttrekken aan de hypotheekproblemen in de VS, kan niemand geven. Dat hangt onder meer af van de vraag hoe ernstig de Amerikaanse huizenmarkt inzakt en dus hoe ernstig de economische problemen zijn in de veruit grootste economie van de wereld. Maar het enkele feit dat zo’n scenario mogelijk is, voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog, maakt de huidige kredietcrisis uniek. Los daarvan, problemen blijven op de loer liggen, zelfs in het optimistische scenario. De spaaroverschotten in China en elders maken geld wereldwijd goedkoop, en dat is doorgaans een recept voor zeepbellen. Nu waren het de slechte hypotheekleningen in de VS, waar ontstaat de volgende bel? Misschien wel op Aziatische beurzen zoals die van Sjanghai.
       De wereldeconomie blijft een wankele basis houden, zolang zij wordt beheerst door grote onevenwichtigheden. De Amerikanen lenen te veel, zowel burgers als overheid, en consumeren te veel importgoederen. De Chinezen sparen en exporteren te veel. Een snelle oplossing is niet in zicht. Misschien is er wel een crisis nodig om de balans te herstellen. Een uit de hand gelopen kredietcrisis bijvoorbeeld.



  pagina:
98/99